Cursus – Ausgabe A / Cursus Curriculum 4 PDF

Antroposofie is een weg cursus – Ausgabe A / Cursus Curriculum 4 PDF inzicht die het geestelijke in de mens met het geestelijke in de kosmos wil verbinden. Zij maakt zich in de mens kenbaar als een behoefte van het hart en van het gevoel. Zij moet haar rechtvaardiging vinden in het vermogen deze behoeften te bevredigen.


Författare: Werner Thiel.
Die Lernhilfenreihe Curriculum orientiert sich am Lehrwerk Cursus und unterstützt die Schüler/-innen bei Spracherwerb und Sicherung des grammatikalischen Wissens.

Alleen diegene die in de antroposofie vindt waar hij vanuit zijn gemoed naar zoeken moet, kan haar waarde erkennen. Rudolf Steiner zag de geschiedenis van de mensheid als een progressieve ontwikkeling van de individuele ziel, maar wel als onderdeel van een spirituele hiërarchie. Steiners vader was een jager in dienst van graaf Hoyos in Geras, en werd later telegrafist en stationschef bij de Zuid-Oostenrijkse spoorwegmaatschappij. Steiner ontwikkelde een scherpe en vroege interesse in wiskunde en filosofie: pas 14 jaar oud, had hij reeds Die Kritik der Reinen Vernunft, het hoofdwerk van Immanuel Kant, gelezen. In 1891 promoveerde hij in de filosofie aan de universiteit van Rostock met een dissertatie onder de titel Die Grundfrage der Erkenntnistheorie.

In zijn vroege filosofische werken behandelt Rudolf Steiner de problematiek van het menselijke kenvermogen en de menselijke vrije wil. Rudolf Steiner naar buiten met voordrachten en werken over esoterische onderwerpen waarvoor aanvankelijk alleen binnen kringen van de Theosofische Vereniging belangstelling bestond. Inhoudelijk belangrijke thema’s van de antroposofie zijn: de geestelijke wereld van de hiërarchieën, de Christus-mysteriën, Christian Rosenkreuz, de moderne scholingsweg, karma en reïncarnatie. Ook andere thema’s worden uitgebreid behandeld, zoals de spirituele ontwikkeling van de mensheid door de geschiedenis heen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte Rudolf Steiner met een internationale groep medewerkers aan het Goetheanum.

Mijn ontmoeting met Rudolf Steiner bracht me ertoe me sindsdien met hem bezig te houden en me altijd bewust te blijven van zijn betekenis. We voelden beiden dezelfde verplichting om de mens weer tot echte innerlijke beschaving te brengen. Wat deze grote persoon en diepe mens in de wereld teweegbracht heb ik van harte toegejuicht. In 1919 kreeg Steiner in Stuttgart de leiding over de Freie Waldorfschule, opgezet door de fabrikant Emil Molt, eigenaar van de sigarettenfabriek Waldorf-Astoria, om de arbeiders en de directeuren nader tot elkaar te brengen. Kern van de pedagogische inzichten van Rudolf Steiner is zijn opvatting van de ontwikkelingspsychologie van het kind.

Kunst is volgens Steiner een natuurlijke behoefte van ieder kind en de antroposofische pedagogiek kenmerkt zich onder andere door de prominente rol die de kunst erin heeft. Bij scholen volgens de principes van de waldorfpedagogie spreekt men in Duitstalige landen meestal over freie waldorfschulen en in Engelstalige landen van waldorf schools. In Nederland spreekt men over vrijescholen en in Vlaanderen van steinerscholen. In 1924 hield Steiner een reeks voordrachten voor een kleine groep van pedagogen en artsen over – zoals dat thans heet – mensen met een verstandelijke handicap.

Deze voordrachten hebben lange tijd de „heilpedagogische cursus“ geheten, en zijn in Nederland opnieuw uitgegeven onder de titel „Genezend opvoeden“. Uitgangspunt is dat ieder mens zich kan en moet ontwikkelen. Steiner ontwikkelde de teeltmethode die biologisch-dynamische landbouw heet, waarin bodemvruchtbaarheid en versterking van de natuurlijke groei centraal staan. Het landbouwbedrijf wordt daarbij als organisme opgevat, en bedrijfsvreemde elementen worden zo veel mogelijk vermeden. Tijdens de Franse Revolutie kwamen de drie idealen in het bewustzijn van de mensen, die pas echt begrepen kunnen worden wanneer ze elk worden nagestreefd in een eigen werksfeer. De sociale driegeleding kan een afspiegeling krijgen in het geldwezen, waardoor ook het geld in de maatschappij gezonder kan werken. Steiner spreekt van koopgeld, wanneer het geld zijn functie krijgt in het economische levensgebied.

Het koopgeld drukt de waarde uit van een tegenprestatie, gedurende een transactie. Dergelijke transacties worden in verlies- en winstrekeningen beschreven. Zo’n leenrelatie werkt in de tijd tussen mensen en wordt vormgegeven in de rechtssfeer. Het schenkgeld ten slotte maakt het culturele of geestesleven mogelijk.